Dit hoofdstuk biedt een overzicht van uw apparaat.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
Deze illustratie kan afwijken van uw apparaat afhankelijk van het model.
|
1 |
Documentinvoerklep |
6 |
Handgreep in de voorklep |
11 |
Documentuitvoerlade |
16 |
Glasplaat |
|
2 |
Breedtegeleiders voor documenten |
7 |
Handgreep |
12 |
Bedieningspaneel |
17 |
Scanner |
|
3 |
Documentinvoerlade |
8 |
Lade 1 |
13 |
Tonercassette |
18 |
Sluitknop van de scannereenheid[a] |
|
4 |
Documentuitvoerlade |
9 |
Lade voor handmatige invoer |
14 |
Papierbreedtegeleiders van de lade voor handmatige invoer |
||
|
5 |
Papieruitvoersteun |
10 |
Voorklep |
15 |
|||
|
[a] Gebruik deze knop om de scannereenheid te sluiten. |
|||||||
|
1 |
|
U kunt beide zijden van een identiteitsbewijs (bijv. een rijbewijs) kopiëren op één zijde van een vel (zie Identiteitskaart kopiëren). |
|
2 |
|
Als uw draadloze toegangspunt Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt, kunt u het apparaat eenvoudig configureren zonder computer (zie Een draadloos netwerk instellen met de knop WPS of het bedieningspaneel ). |
|
3 |
Toont de huidige status en houdt u op de hoogte tijdens het gebruik. |
|
|
4 |
|
Geeft de status van het draadloze netwerk weer. Wanneer de LED brandt, is het apparaat draadloos verbonden (zie Draadloos-LED). |
|
5 |
|
Geeft de status van uw apparaat weer (zie Informatie over -LED). |
|
6 |
(Faxen)
|
Activeert de faxmodus. |
|
7 |
(Kopiëren)
|
Activeert de kopieermodus. |
|
8 |
(Scannen)
|
Activeert de scanmodus. |
|
9 |
Pijl |
Hiermee bladert u door de beschikbare opties in het geselecteerde menu en verhoogt of verlaagt u waarden. |
|
10 |
( |
Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu’s (zie Status van het apparaat en geavanceerde instellingen). |
|
11 |
|
Hiermee bevestigt u de selectie op het scherm. |
|
12 |
( |
Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu. |
|
13 |
Numeriek toetsenblok |
Hiermee kiest u faxnummers en voert u waarden in voor het aantal exemplaren van een document of andere opties. |
|
14 |
( |
Hiermee kunt u vaak gekozen faxnummers opslaan of opgeslagen faxnummers zoeken. |
|
15 |
( |
Belt in stand-bymodus het laatst gebelde nummer opnieuw. Last in bewerkingsmodus tevens een pauze in het faxnummer in. |
|
16 |
( |
Biedt u de mogelijkheid een nummer te kiezen met de hoorn op de haak. |
|
17 |
Hiermee start u een taak. |
|
|
18 |
Hiermee onderbreekt u een taak die wordt uitgevoerd. Er verschijnt een pop-upvenster op het scherm waarin de huidige taak wordt weergegeven zodat de gebruiker deze kan stoppen of voortzetten. |
|
|
19 |
( |
Met deze knop kunt u de stroom in- en uitschakelen (zie Aan/uit-knop). |
De kleur van de status-LED geeft de huidige status van het apparaat aan.
|
Status |
Beschrijving |
|
|---|---|---|
|
Uit |
|
|
|
Groen |
Knipperen |
|
|
Aan |
Het apparaat is online en klaar voor gebruik. |
|
|
Rood |
Knipperen |
|
|
Aan |
|
|
|
[a] De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden gemaakt met de cassette conform ISO/IEC 19752. Het aantal pagina’s kan worden beïnvloed door de omgevingsvoorwaarden, de tijd tussen afdruktaken en het type en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan een kleine hoeveelheid toner achterblijven in de cassette, zelfs wanneer het bericht verschijnt en de printer stopt met afdrukken. (Zie www.samsung.com/printer voor actuele informatie.) |
||
|
|
|
Samsung raadt het gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde of gerecyclede cassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-tonercassettes niet garanderen. Onderhoud en reparaties die vereist zijn als gevolg van het gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes vallen niet onder de garantie van het apparaat. |
|
|
|
|
Status draadloos-LED |
Beschrijving |
|
|---|---|---|
|
Blauw |
Uit ( |
Het draadloze netwerk is afgesloten. |
|
Aan ( |
Draadloos netwerk is aangesloten. |
|
|
Knippert langzaam ( |
Het apparaat is bezig met aansluiten op een draadloos netwerk. |
|
|
Knippert snel ( |
|
|
Als u de status van het apparaat wilt kennen en uw apparaat zo wilt instellen dat u een geavanceerde functie kunt gebruiken, klikt u op de knop (zie Status van het apparaat en geavanceerde instellingen).
Met deze functie wordt automatisch gedetecteerd welke WPS (Wi-Fi Protected Setup™)-modus wordt gebruikt door uw toegangspunt. Door op een knop op de draadloze LAN-router of het toegangspunt en het apparaat te drukken, kunt u de instellingen voor het draadloze netwerk en de beveiliging instellen (zie Een draadloos netwerk instellen met de knop WPS of het bedieningspaneel ).
Om het apparaat volledig uit te schakelen, houdt u deze toets ingedrukt tot verschijnt. Selecteer om het apparaat volledig uit te schakelen. Deze toets kan ook worden gebruikt om het apparaat in te schakelen.
|
Status |
Beschrijving |
|---|---|
|
Uit |
|
|
Aan |
Het apparaat bevindt zich in energiebesparingsmodus. |